Stapels boeken

Stapels boeken

dinsdag 30 oktober 2012


Opdrachten webquest Koning Artur en Middeleeuwse Literatuur

Naomi de Ruijter, 5A

Hoofdstuk 1: De Middeleeuwen

1. Bij geschiedenis heb je les gehad over de Middeleeuwen. Schrijf in trefwoorden op wat je nog weet van de Middeleeuwen.

·         Periode van ongeveer 500 tot 1500 na Christus, onderverdeeld in Vroege en Late Middeleeuwen

·         Hiërarchie

·         Leenstelsel

·         Opkomst steden

·         Christelijk, het leven was een voorbereiding op de dood.

2. Zoek op wat de drie voornaamste verschillen zijn tussen Karel- en Arturromans. Maak hierbij gebruik van je literatuurboek of bijvoorbeeld van het hoofdstuk ridderliteratuur op Internet.

        I.            Veel Karelromans zijn hoofdzakelijk gewijd aan oorlog en massagevechten (vaak tussen christenen en moslims), terwijl in de Arturromans de nadruk ligt op individuele avonturen, toernooien en tweegevechten.

      II.            Bij Karel de Grote heeft de vrouw niet veel te vertellen, maar in de Arturromans is er juist veel aandacht voor de vrouw en zijn de ridders veel galanter (Hoofse liefde).

    III.            Arturromans bevatten symbolische objecten, zoals de ronde tafel (gelijkheid) en het zwaard met twee ringen (onoverwinnelijkheid). Dit in tegenstelling tot de Karelromans.

3. Vertaal de eerste 25 verzen van de Arturroman Ridder metter mouwen in het Nederlands.

Ons vertelt die aventure,
Dat coninc Artur op dese ure
Hilt een hof soe over groet
In die stat te Kardeloet,
Recht op enen tsinxen dach,
Datmen nie gelijc des ne sach.
Die coninc hi droech crone doe
Entie coninginne mede alsoe.
Daer was menech riddere te hove,
Stout ende van goede love.
Die conince hadde oec doen maken
Roet samijt ende scarlaken
Mantel ende roc, vif hondert paer,
Vol hermerijns wit ende claer,
Ende dor op blau sindael dor houwen.
Daer waren ridderen ende joncfrouwen,
Met diren clederen ende met goeden
Geaetsemeert, die hem wel stoeden.
Daer waren Vm ridders snel,
Van prise goet, wetic wel.
Doe gine die conine messe horen
Met menegen riddere ut vercoren.
Erec ende Ydier, wet vor waer,
Gingen vorden coninc daer
Met tween guldinen roeden
Het verhaal vertelt ons,
dat koning Artur op deze tijd
Een zeer overdadig hoffeest hield
in de stad Kardeloet.
Precies op een pinksterdag,
Dat men niet het gelijke van een hofdag zag.
De koning droeg toen een kroon
en de koningin ook.
Daar was menig ridder op het hof,
dapper en voortreffelijk.
De koning had ook laten maken
van rood fluweel en scharlaken
mantels met rok, vijfhonderd paar,
vol met kleuren hermelijn en helder wit,
En met blauw zijde gevoerd.
Daar waren ridders en jonkvrouwen,
met hun kleding en met spullen
uitgedost, die hen wel stonden.
Daar waren vijfduizend fitte ridders,
voortreffelijke, dat weet ik wel.
Toen ging de koning de mis bijwonen
met vele uitverkoren ridders.
Erec en Ydier, weet ik zeker,
gingen voor de koning daar
met twee gouden staven

 

Hoofdstuk 2: Middeleeuwse boeken

1. Leg uit wat de uitdrukking monnikenwerk  - letterlijk en figuurlijk - te maken heeft met het schrijven van boeken in de Middeleeuwen. 

In de Middeleeuwen werden boeken geproduceerd door monniken. Zij kopieerden vooral geestelijke teksten in het Latijn, maar soms gaf de abt hen toestemming een verhaal in volkstaal te schrijven. Het schrijven van een boek was alleen een verschrikkelijk werk, omdat het vertrek meestal slecht verlicht en verwarmd was en men zat lange tijd geconcentreerd in één houding. Zodoende komen wij aan de uitdrukking monnikenwerk als we het hebben over een vervelend ( en eentonig) karwei.

2. Er zijn prachtige middeleeuwse handschriften bewaard gebleven. Bijvoorbeeld de Spieghel Historiael  van Jacob van Maerlant. Bekijk een bladzijde van dit boek en omschrijf kort de betekenis van de volgende termen: gehistoriseerde initiaal, miniatuur, rubriek, lombarde, marginalia.

Gehistoriseerde initiaal
Grote initiaal (beginletter) waarin een voorstelling is aangebracht; markeert het begin van een werk en/of het begin van belangrijke onderdelen daarvan.
Miniatuur
Getekende of geschilderde illustratie.
Rubriek
In rode inkt aangebrachte tekstgedeelten (met name opschriften), die de tekst visueel structureren.
Lombarde
Grote beginletter, gewoonlijk één tot drie regels hoog – maar kleiner dan initialen – meestal in één kleur, soms van enig penwerk voorzien.
Marginalia
Randversieringen, soms zeer grotesk uitgevoerd.

 

Hoofdstuk 3: Literaire cultuur

1. Tegenwoordig hebben romans een titelpagina. Dat is eigenlijk al zo sinds de boekdrukkunst. Probeer te verklaren waarom middeleeuwse handschriften niet zo'n pagina hebben. Betrek in je antwoord de productie van boeken en de paragraaf lezen en luisteren. Geef ook aan waarom de middeleeuwse drukkers de titelpagina hebben uitgevonden.

De middeleeuwse handschriften hadden waarschijnlijk geen titelpagina, omdat boeken voornamelijk voorgelezen werden. Als je voorleest, sla je de titelpagina meestal over en begin je meteen met het lezen van het verhaal. De titelpagina was dus niet zo belangrijk. Papier was in die tijd erg kostbaar, dus papier verspillen aan iets dat niet noodzakelijk is, is een onnodige zaak. Ik denk dat de titelpagina is uitgevonden omdat steeds meer mensen zelf boeken gingen lezen en dat men een titelpagina ging gebruiken om het boek een wat chiquere uitstraling te geven en bovendien de mensen te vertellen waar het verhaal over gaat.

2. Leg uit hoe het komt dat elk middeleeuws boek een uniek exemplaar is.

Toen de boekdrukkunst nog niet bestond, werd elk boek met de hand overgeschreven door monniken. Maar iedereen maakt wel eens een foutje en tekeningetjes zijn ook nooit gelijk aan elkaar. Vandaar dat je elk middeleeuws boek wel uniek kunt noemen.

3. Zoek in het fragment van Ridder metter mouwen een vers waaruit blijkt dat het de bedoeling van de schrijver was dat de tekst hardop zou worden voorgedragen.

In regel 20: “Van prise goet, wetic wel” wordt in de ik-vorm gesproken, aangezien ik vermoed dat “wetic” weet ik betekent. Hieruit blijkt dat het de bedoeling is dat een verteller het verhaal vertelt, die kan dan net doen alsof hij zelf bij dat hof is geweest en dat maakt het verhaal spannender voor de luisteraars.

Hoofdstuk 4: Artur in Brittanië

1. Noteer kort wat in je opkomt bij het horen van de naam koning Artur.

·         Zwaard (excalibur) uit de steen

·         Heel jong koning (15 jaar)

·         Bekende legeraanvoerder

·         Guinevere

2. Waarom worden Arturromans ook wel Keltische romans genoemd?

Veel Kelten leefden voor het begin van onze jaartelling in Brittanië. Artur is dan ook een vorst van Brits-Keltische origine. Verder beleven Arturs ridders vaak avonturen in een fictieve wereld die gebaseerd is de op de Keltische mythologie. Vandaar dat de Arturromans ook wel Keltische romans worden genoemd.

3. Hoe zijn de verhalen over Artur op het vasteland bekend geworden?

Toen de Angelsaksen na het “Gouden Tijdperk” (waarin de kronieken van Van Monmouth werden geschreven) weer de boventoon voeren in Brittanië, vluchten veel Britse Kelten (de oorspronkelijke inwoners van Brittanië) naar de Franse provincie Bretagne. Daar vertelden de Kelten de verhalen over Artur door.

Hoofdstuk 5: De literaire Artur

1. Zoek op Internet, in Encarta of een andere bron, informatie over Chrétien de Troyes. Schrijf iets over zijn leven, vermeld de titels van zijn teksten en ga in op de betekenis die hij heeft gehad voor de Arturroman.

Chrétien de Troyes leefde van 1135 tot 1183. Over zijn leven is helaas vrij weinig bekend. We weten dat hij tussen 1160 en 1181 in Troyes woonde, waar hij als hofdichter in dienst was van Maria, de hertogin van Champagne. Later was hij aan het hof van Filips van de Elzas, graaf van Vlaanderen. Filips leverde hem stof voor Chrétiens graalroman.

Chrétien heeft vijf ridderromans geschreven over Artur:

·         Érec et Énide

·         Cligès

·         Lancelot

·         Yvain

·         Perceval ou le conté du Graal (deze was onvoltooid toen hij stierf)

Het is onduidelijk uit welke bronnen Chrétien zijn inspiratie heeft geput. Hij toonde wel veel belangstelling voor het leven en de liefde aan het of. Verder weten we dat hij werk van Ovidius vertaald of bewerkt heeft. Chrétien heeft een belangrijke betekenis gehad voor de Arturroman: hij was een van de eerste schrijvers die schreef over de Heilige Graal.

2. Leg uit waarom de verhalen over koning Artur en zijn ridders enorm populair waren aan de Europese hoven.

·         Ridders vonden het erg leuk om naar verhalen over collega’s te luisteren, en dan vooral naar deze verhalen omdat het ridderschap in de twaalfde eeuw een andere invulling kreeg door het hoofse genre binnen de literatuur. Ridders die de verhalen hoorden wilden maar al te graag worden vergeleken met de ridders van de ronde tafel.

·         De sprookjeselementen als dwergen, mysterieuze jonkvrouwen en bijzondere voorwerpen zorgden voor vermaak.

·         Mensen zagen de Arturromans als een soort van etiquetteboekje, de verhalen boden lessen in gewenst en ongewenst gedrag. Koning Artur en zijn ridders werden als voorbeelden beschouwd.

3. Leg in je eigen woorden uit wat registrale kunst betekent.

Met registrale kunst wordt bedoeld dat in een bekend thema kleine veranderingen worden aangebracht, waardoor er toch een nieuw verhaal ontstaat.

4. De middeleeuwse Arturromans lijken op onze detectives, thrillers of doktersromans. Verklaar deze bewering.

Net als de Arturromans beginnen onze detectives vaak met het beschrijven van een normale/leuke situatie, die plotseling verstoord wordt door een moord, een ontvoering of iets anders vreselijks. Vervolgens is er één held/detective die een bepaalde taak moet volbrengen/een misdaad moet oplossen en daarbij op allerlei moeilijkheden stuit. In beide romans wordt de taak op het einde daadwerkelijk volbracht.

5. Arturromans zijn spiegels van hoofsheid. Onder andere blijkt dit uit de pracht en praal aan het hof en de manier waarop de ridders en jonkvrouwen met elkaar omgaan. Ander kenmerk is dat het begin van een Arturroman vaak vaste elementen bevat. Lees het begin (vers 1 t/m 86) van de Ridder metter mouwen. Noteer:

        I.            Welke typische hoofse elementen het fragment bevat.

      II.            Welke stereotype beginkenmerken je herkent.

Hoofse elementen zijn dat de vrouwen een centrale rol spelen, want zij worden duidelijk vermeld in de tekst. Zo staat er in vers 77 dat zowel de heren als de vrouwen rouwden, en in vers 16 wordt ook gezegd dat zowel ridders als jonkvrouwen naar het hoffeest kwamen. Je kunt opmaken dat ridders erg galant waren naar hun vrouwen toe: volgens de tekst droegen zij ook prachtige kleding en hadden ze mooie spullen.

Stereotype beginkenmerken zijn ten eerste het hoffeest van Artur op eerste Pinksterdag, de romans beginnen altijd met een feest. Verder is het typerend dat het feest verstoord wordt door een verschrikkelijke gebeurtenis, hier is dat het bericht van een bode dat er iemand overleden is.

6. Lees de tekstpagina over de middelnederlandse Arturroman Ferguut en het fragment met het gesprek tussen Ferguut en de jonkvrouw Galiene. Geef antwoord op de volgende vragen:

        I.            In het gesprek tussen Ferguut en Galiene is sprake van een miscommunicatie. Welke?

      II.            Leg uit of Ferguut een hoofse ridder is die begrepen heeft wat de hoofse liefde inhoudt?

 

        I.            Galiene gebruikt mooie beeldspraak door te zeggen dat Ferguut haar hart heeft gestolen. Ferguut begrijpt dit echter niet en denkt dat Galiene een spelletje met hem speelt. Hij kan niet begrijpen dat iemand aan hem vraagt of hij het hart van diegene heeft.

      II.            Nee, een hoofse ridder is altijd aardig tegen een jonkvrouw en mag nooit afwijzend reageren. Ferguut doet dit wel en stuurt Galiene zonder pardon weg.

7. Rond 1100 liepen er op het Europese continent heel wat Waleweins en Arturs rond. Leg uit waar dat een aanwijzing voor is en waarom.

Het is een aanwijzing dat de Keltische verhalen over Artur en zijn omgeving niet beperkt bleven tot Engeland, maar ook doordrongen op het continent. Hierdoor werden mensen vernoemd naar de helden uit de Arturromans. Een andere verklaring voor het opduiken van die namen op het continent is ondenkbaar.

8. Welk ridderideaal wordt in de Graalromans gepropageerd? Zoek op, in Encarta, op Internet of een andere bron, met wat voor soort tochten de opkomst van dat nieuwe ideaal te maken heeft.

In de Graalromans wordt een christelijk ridderschap als ideaal voorgesteld en dit heeft te maken met de opkomst van de kruistochten. In zo'n kruistocht trekken christelijke ridders ten strijde tegen de vijanden van het christendom met als doel het heroveren van het Heilige Land.

Hoofdstuk 6: De tastbare Artur

1. Arturs Ronde Tafel leeft in onze tijd voort in het verschijnsel van de rondetafelconferentie. Leg uit wat dit verschijnsel te maken heeft met de Ronde Tafel uit de Arturverhalen.

Bij Artur staat de tafel voor gelijkheid. Een huidig rondetafelconferentie wil zeggen dat alle deelnemers aan die vergadering gelijk zijn. Er zit, omdat de tafel rond is, bijvoorbeeld niemand aan het hoofd van de tafel.

2. Heel wat plaatsen in Groot-Brittannië worden in verband gebracht met koning Artur. Op deze kaart zie je er een aantal. Stel, een club bekenden (vrienden, familie) vraagt jou - want inmiddels ben je Arturdeskundige - ze rond te leiden langs een aantal bezienswaardigheden waar de geest van onze legendarische koning nog rondwaart. Stippel deze route uit en besteed daarbij in elk geval aandacht aan de volgende plaatsen: Tintagel, Winchester, South Cadbury, Glastonbury, Dozmary Pool en Salisbury. Noteer in welk opzicht deze plaats verband houdt met koning Artur (wat is er te zien?) en schrijf over elke bezienswaardigheid kort wat toeristische informatie die je zou kunnen gebruiken tijdens een rondleiding. Om aan je informatie te komen kun je van Internet gebruik maken, maar bijvoorbeeld ook van reisgidsen over Engeland. Een hele mooie is die van Dominicus: In de voetsporen van koning Arthur, geschreven door Nicki Bullinga.
Tintagel: Tintagel Castle is een belangrijk kasteel dat verbonden is met de verhalen over Artur.
Winchester: Hier bevindt zich de beroemde ronde tafel.
South Cadbury: Men beweert dat in deze stad “het” paleis van Artur staat.
Glastonbury: Hier zou de Heilige Graal door Jozef naartoe gebracht zijn.
Dozmary Pool: In dit meer zou “the lady of the lake” geleefd hebben die Artur Excalibur gaf.
Salisbury: Hier vond Arthurs laatste gevecht met Mordred plaats.

vrijdag 8 juni 2012

Vergelijking van recensies (verwerkingsopdracht periode 3)

Algemene informatie

Auteur
Jeroen Brouwers
Titel
Bezonken rood
Plaats van uitgave
Amsterdam
Jaar van uitgave
2010
Druk
1981
Aantal pagina’s
87
Genre
Psychologische oorlogsroman

 Korte samenvatting van het boek
Het boek begint als de moeder van Jeroen overlijdt. Hij heeft haar al een lange tijd niet meer gezien en gesproken en wil ook niet aanwezig zijn op haar crematie.

Jeroen zat samen met zijn moeder, grootmoeder en zus van zijn derde tot vijfde levensjaar in een kamp in Japan, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Door het gehele boek heen haalt hij herinneringen op aan zijn moeder en aan het kamp. Liza, een vrouw die hij kort – maar krachtig – gekend heeft, staat voor zijn moederfiguur. Zijn moeder wil hij niet meer zien, nadat ze hem heeft achtergelaten in een pensionaat – iets wat hem deed herinneren aan het telkens afscheid nemen in zijn jeugd. Het Jappenkamp heeft in zijn kleutertijd niet veel indruk op hem gemaakt: hij maakte de dingen mee alsof het een gewoon leven bedroeg. Later pas blijkt dat de verschrikkelijke gebeurtenissen in het kamp diepe traumatische wonden hebben achtergelaten.

Alles wat Jeroen in zijn leven doet, is voor altijd verbonden aan zijn moeder en aan de tijd in het Japanse vrouwenkamp.
Bron: http://www.scholieren.com/boekverslagen/22215

Reactie op twee recensies

1.       Dirk Leyman op 06-05-2009 in De Morgen
                     Recensietitel: Parels uit de Nederlandstalige literatuur

2.       Marjolijn Pouw op 13-11-1981 in het NRC Handelsblad
                   Recensietitel: Monument voor een moeder

In 1981 bracht Jeroen Brouwers het boek “Bezonken rood” uit, naar aanleiding van de dood van zijn moeder. In het boek haalt hij herinneringen op aan zijn moeder en aan de tijd dat hij, samen met zijn moeder, als kleuter in een gevangenenkamp in Japan zat tijdens de Tweede Wereldoorlog. Eigenlijk zoekt Brouwers gedurende het hele boek naar een moederfiguur: steeds vormen zijn gedachten een gestalte waarin hij voor een gedeelte zijn moeder ziet en voor een gedeelte Liza, iemand waar hij eens een korte relatie mee heeft gehad. Ik vond het een ontroerend maar prachtig boek, omdat ik nog niet zo veel over de oorlog in Japan en wat er precies gebeurde met de Nederlandse Indiërs daar.

In zijn recensie heeft Dirk Leyman het over de “onherstelbare kerven” die de gruwelijke gebeurtenissen (zoals de marteling van zijn moeder) bij Brouwers nalaat. Dit gegeven heb ook ik duidelijk gemerkt bij het lezen van het verhaal, want de schrijver blijft maar terugblikken naar die tijd in het kamp en hij kan het niet loslaten. Ook Marjolijn Pouw noemt het boek in haar recensie als een roman vol emoties: “Dit is een boek van smart, van heftig gevoel, van liefde en haat, van machteloze woede en wraak.”
Haar oordeel over het boek is echter heel anders dan die van Dirk Leyman, die het boek in zijn titel over “een parel uit de Nederlandstalige literatuur” heeft. Pouw noemt Brouwers een slecht criticus van zijn eigen werk, omdat de auteur bepaalde gevoelens die hij bijvoorbeeld heeft als hij naakt in de kamer staat en hoort dat zijn moeder overleden is, als kitscherig omschrijft. Pouws reactie: “Gedachten of gevoelens zijn evenmin kitscherig als een ondergaande zon; alleen de weergave van die dingen kan kitscherig zijn, en dat is hier niet het geval.” Met dit standpunt ben ik het zeker eens. Bovendien zijn er wel meer stukken in het verhaal waar Brouwers op een vreemde en soms heel botte manier zijn mening over geeft, bijvoorbeeld in het stukje waarin hij de haat over zijn moeder uitspreekt: “Naar de hel met haar. Ik bedoel: naar de hel met alle moeders.”

Zo schrijft Brouwers de ene keer heel lovend, de andere keer heel hatelijk over zijn moeder. Hij noemde zijn roman eens “een monument voor mijn moeder”, maar net als Marjolein Pouw kan ik de liefde voor zijn moeder niet echt goed ontdekken in het verhaal. Pouw heeft het zelfs over een “pathetische ruïne”, maar naar mijn idee is ze met deze mening wel erg direct geweest.  
Een belangrijk nog te noemen verschil tussen beide recensies is dat Dirk Leyman de roman beschrijft als “een navrante rouwzang, vol zelfhaat en schuldbesef”, terwijl Marjolein Pouw schrijft dat Brouwers zijn beelden en gevoelens oproept in een stijl die de golven van emoties nauwelijks lijkt te volgen. Ik ben het met Pouw eens dat Brouwers zijn emoties soms op een uitzonderlijke manier aan het licht brengt, maar ik vond het ritme van het verhaal wel erg goed. Net als Dirk Leyman vind ik het verhaal goed gecomponeerd en bovendien symboolrijk. De titel staat is bijvoorbeeld zo’n mooi symbool voor de rode stip op de Japanse vlag die de auteur in zijn boek probeert te “verstoppen”.

Na de uitgave van het boek heeft Jeroen Brouwers veel kritiek gekregen over de waarheidsgetrouwheid van het verhaal. Dirk Leyman stelt dat het niet uit maakt of het nu waar of niet waar is, omdat het een roman is die een nieuwe ‘werkelijkheid’ in het leven oproept. Dat ben ik ook van mening, want hoewel het verhaal misschien wat aangedikt is of er elementen in zitten die niet kloppen, het blijft een indrukwekkend boek. En dat is een standpunt waar zowel Dirk Leyman als Marjolijn Pouw als ik mee in kunnen stemmen.

De complete recensies zijn te vinden onder deze link:

donderdag 29 maart 2012

Recensie periode 2

Een spannende en verrassende liefdesroman
 “Een schitterend gebrek” is geschreven door de Nederlandse schrijver Arthur Japin. Arthur Japin kreeg in 1997 grote beroemdheid door zijn befaamde werk “De zwarte met het witte hart” en heeft sindsdien internationale roem. Met zijn boek “Een schitterend gebrek” (geschreven in 2003) won de schrijver ook belangrijke prijzen: in 2004 de Libris Literatuur Prijs en in 2005 De Inktaap. Bovendien heeft Toneelproducties De Tijd in 2006 en 2007 een toneelversie van de roman opgevoerd. Door dit alles had ik hoge verwachtingen en ook nog omdat ik op internet veel lovende recensies had gelezen over het boek zelf en over de schrijver.

Een korte samenvatting van de inhoud:
Lucia is geboren in 1728 en woont met haar ouders bij een gravin op het landgoed Palestino. Daar leert ze  als ze 15 jaar oud is op een bruiloft Giacomo kennen en al gauw bloeit er grote liefde op tussen hen. Ze houden veel van elkaar en beloven elkaar trouw te blijven. Er wordt een bruiloft gepland, maar Giacomo moet nog voor een halfjaar terug naar Venetië. Lucia blijft achter en krijgt ondertussen bijscholing van een Franse onderwijzer. Voordat Giacomo terugkomt, wordt Lucia getroffen door de pokken. Hierdoor raakt haar gezicht ernstig verminkt. Zo wil ze zich niet vertonen aan Giacomo en Lucia besluit te vluchten. Na lang rond te hebben gezworven besluit ze naar Amsterdam te gaan. Daar komt ze in de prostitutie terecht. Op een avond komt Lucia Giacomo tegen, maar doordat zij haar gezicht heeft gesluierd herkent zij hem wel, maar hij haar niet. Lucia is nog steeds verliefd en ze blijft hem opzoeken. Giacomo verwent haar veel en ze spreken veel af. Later, als Giacomo terug wil gaan naar Parijs, stelt Lucia zich ongesluierd aan hem voor zonder dat hij weet dat hij dezelfde voor zich heeft. Giacomo schrikt erg en laat haar al gauw achter, om elkaar vervolgens nooit meer te zien. Op het eind gaat de (waarschijnlijk door Giacomo) zwanger geworden Lucia met een vaste klant mee naar Amerika.

Ik vond het een prachtig verhaal. Heel sterk aan Japins schrijfstijl is dat het verhaal gedurende het hele boek (dat toch vrij dik is) altijd spannend blijft. Elke nieuwe bladzijde die je leest, roept weer nieuwe vragen op. Dit begint bijvoorbeeld al bij de titel: Waar zou “een schitterend gebrek” op slaan? Tijdens het lezen van het boek wordt duidelijk dat de titel op meerdere manieren te interpreteren valt: het schitterende gebrek kan Giacomo zijn, die in het begin heel veel van Lucia houdt (schitterend), maar haar later door haar uiterlijk achterlaat (gebrek). Ook kan het de verminking van Lucia’s gezicht zijn, dat op zich een gebrek is, maar ook schitterend kan zijn omdat Lucia hierdoor alleen mensen aantrekt die afgaan op innerlijke schoonheid.

De vertelwijze is verassend: het verhaal wordt verteld door Lucia die, gedurende het hele verhaal, op haar leven terugblikt en hierbij al haar gebeurtenissen en moeilijkheden tot in detail beschrijft. Lucia richt zich soms ook direct tot de lezer van het boek, aan wie ze vervolgens verteld hoeveel pijn ze geleden heeft. Dit is heel bijzonder, omdat dit soort gebeurtenissen nu ondenkbaar zouden zijn. Je krijgt echt medelijden met haar en je leest door in de hoop dat het goed met haar afloopt.

Veel voorkomend in het boek zijn dialogen en dat brengt mij op een minpunt van het boek. Kenmerkend voor “een schitterend gebrek” is de periode waarin het zich afspeelt: de Romantiek. In deze periode werd er veel gefilosofeerd over gevoel en verstand en dit is duidelijk merkbaar in het verhaal. Elke discussie tussen Lucia en Giacomo is een soort schaakspel waarbij het de bedoeling is om de ander door middel van argumenten klem te zetten en dit gaat op gegeven moment irriteren. Als lezer wil je verder met het liefdesverhaal en heb je geen behoefte aan een discussie over normen en waarden in de liefde (daar discussiëren ze vaak over).

Door deze overdaad aan filosofie is het einde van verhaal naar mijn idee een beetje mislukt. In plaats van dat Lucia Giacomo ging verlaten met haat of juist liefde, gingen de twee uit elkaar na een of andere moraliserende discussie: dit vond ik erg jammer.

Ondanks dit ben ik niet van mening dat niemand dit boek zou moeten gaan lezen. “Een schitterend gebrek” is daar simpelweg veel te mooi voor. Doordat het altijd spannend blijft en door de verrassende vertelwijze en de mooie beschrijvingen kan ik dit boek aan iedereen aanraden. Met dit verhaal bewijst Japin dat een liefdesroman niet alleen zoetsappig, maar ook heel spannend en verrassend kan zijn!
Titel: Een schitterend gebrek
Auteur: Arthur Japin
Aantal pagina’s: 243
Uitgever en jaar van uitgave: Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam, in 2003


dinsdag 8 november 2011

Leesverslag "Het Diner"

Hieronder mijn verslag over het boek: "Het Diner" van Herman Koch

Deel 1: Persoonlijke beoordeling
Op deze pagina’s heb ik mijn persoonlijke mening gegeven over de verschillende subjecten van het boek. Bij ieder subject heb ik twee  aspecten gekozen die ik in aparte alinea’s heb uitgewerkt.
Onderwerp
Het onderwerp van dit verhaal vond ik bijzonder, maar ook heel interessant. Het verhaal gaat over vier ouders van wie hun kinderen iets ergs hebben gedaan en daar moeten de ouders keuzes over maken. Ik vond het mooi dat de schrijver hun dilemma zo duidelijk naar voren brengt. Ik kon me inleven met het verhaal, ook al herken ik de situatie totaal niet. Toen ik me afvroeg wat mijn eigen ouders gedaan zouden hebben, had ik geen idee; ik kon me dus helemaal voorstellen hoe moeilijk het maken van zo’n keuze is. De opbouw van het diner is ook erg goed beschreven: eerst praten de ouders over koetjes en kalfjes, maar naarmate het diner vordert komen er steeds meer spanningen en problemen.
Een sterk punt in dit boek vond ik de diepgang. De schrijver heeft elke gebeurtenis zo goed beschreven en staat er steeds lang bij stil, zodat je echt de sfeer van een bepaald moment kunt ‘proeven’. Bijvoorbeeld in het begin van het verhaal, wanneer het voorgerecht wordt opgediend. Daar wordt alles (uiterlijk gerechten, serveersters, gedachten, reacties etc.) zo nauwkeurig beschreven dat het lijkt of je ook aan die tafel zit. De schrijver is soms pagina’s lang bezig met alleen maar beschrijvingen en gedachten van de ik-persoon, maar dat vond ik persoonlijk dus niet erg.
Gebeurtenissen
De gebeurtenissen in het boek zijn vrij schokkend. Het gebeurt niet van de één op de andere dag dat een kind een zwerfster vermoord heeft en er beelden van te zien zijn op internet en tv. De schrijver heeft de moord erg goed beschreven, want hij maakt het wat minder heftig door het vanuit de ogen van de vader te vertellen, die natuurlijk zijn kind een beetje verdedigt. Ik vind het ook erg mooi hoe de schrijver de heftige gesprekken tussen de mensen aan de dinertafel weergeeft. Iedereen praat en reageert op z’n eigen manier: Babette moet bijvoorbeeld vaak huilen, maar Serge totaal niet: hij richt zich vooral tot z’n eten. Door deze trucs kwam alles wat minder schokkend op mij over, waardoor ik sneller door het verhaal heen kon lezen.
De afloop is erg goed. Het laatste kopje “Fooi” in het boek is eigenlijk de epiloog, waarin Paul vertelt hoe het verder met iedereen uit het verhaal afloopt. In deze epiloog komen nog nieuwe zaken aan het licht: Paul ontdekt bijvoorbeeld dat z’n vrouw veel voor hem heeft verzwegen. Claire wist al dat ze een jongen zou krijgen voordat hun zoon Michel geboren werd en misschien is Paul wel niet de biologische vader. Die nieuwe wendingen maakten de afloop speciaal en erg leuk.
Personen
Doordat de schrijver alles zo nauwkeurig beschrijft, lijken de personen levensecht. Hij geeft aan iedereen een duidelijk karakter dat je in het hele boek steeds terug ziet komen. Serge wordt bijvoorbeeld neergezet als iemand die met publiek erbij altijd aardig en keurig is, en veel doet voor de media: maar eigenlijk is hij best wel egoïstisch en snel verveeld. Tijdens het diner komen beide kanten naar voren en dat is heel grappig om te lezen.
Ieder personage heeft z’n eigen eigenschappen. De hoofdpersoon, Paul, heeft bijvoorbeeld de eigenschap dat hij heel vaak driftig is en snel geïrriteerd. Zo ergert hij zich vreselijk aan de gerant van het restaurant. Ik vind dit niet heel positief: het boek was in het begin vrij saai, doordat Paul dan alleen maar dingen afkraakt. Ook is Paul vrij koel en vertelt hij niet veel aan zijn gezin: hij zit vol met geheimen. Normaal vind ik dit niet positief, maar in dit verhaal is deze eigenschap juist nodig om het verhaal spannend te houden en het is erg slim van de schrijver om dit karakter toe te passen in dit boek.
Opbouw
Dit verhaal is geschreven in het ik-perspectief: je leest het verhaal uit de ogen van één van de personages, Paul Lohman. Het verhaal draait om keuzes die mensen moeten maken en er zitten veel geheimen in. Als het verhaal vanuit de ogen van de schrijver zou zijn geschreven, zou je al heel snel de geheimen  van iedereen weten en dan is de spanning weg. Ook is het niet goed als je van niemand gedachten zou kunnen lezen, omdat het verhaal dan heel saai wordt. Dit perspectief is goed gekozen: je weet enkele gedachten en geheimen, maar net niet genoeg om tot een oplossing te komen.
Heel mooi in dit verhaal waren de flashbacks: wel 4 maal kijkt Paul terug in het verleden. Hierdoor komt de lezer meer te weten over het verleden van Paul. Op gegeven moment vertelt hij bijvoorbeeld in een flashback over zijn vroegere baan als leraar en de reden voor zijn ontslag. Hij vertelt ook over zijn gesprek met de psycholoog over zijn geestelijke aandoening. Zo ontdekte ik de oorzaak van zijn agressieve houding. De flashbacks zijn echt hoogtepunten in dit boek, omdat ze de lezer in één klap weer iets nieuws duidelijk maken dat je nodig hebt om het verhaal te blijven begrijpen.
Taalgebruik
Dit boek was voor mij erg makkelijk om te lezen, want de woordkeuze en de zinsopbouw waren niet moeilijk. Misschien komt dit onder andere doordat het boek vrij recent verschenen is: er zitten geen ouderwetse woorden in het boek. Voordat ik begon met lezen, dacht ik dat literaire boeken altijd erg moeilijk zijn om te begrijpen en vol vreemde woorden staan. Dit was bij “Het Diner” totaal niet zo: ik begreep de verhaallijn snel en las vlot door het boek heen. Ik vind het erg goed dat de schrijver de zinnen makkelijk heeft gehouden, omdat het boek op zich je al aan het denken zet (het is een psychologische roman). Ik zou het verhaal minder goed begrepen hebben als ik veel woorden niet zou kennen.
Tijdens het diner in het boek wordt er veel gepraat tussen de personages. De schrijver heeft de dialogen erg goed weergegeven. Er zit namelijk veel afwisseling in: soms gebruikt hij de directe rede en dan worden er weer uitspraken beschreven door de ik-persoon. Ook legt de schrijver bepaalde karakters in uitspraken van een bepaald persoon, wat heel prettig is voor de herkenning van de personages.
Conclusie
Ik ben blij dat ik dit boek gekozen heb voor mijn literatuurlijst. Ik vond het een heel bijzonder, spannend en mooi verhaal en ik hoop dat ik ook zulke goede keuzes zal maken wat betreft mijn volgende boeken voor Nederlands de komende 3 jaar.
Deel 2: Beknopte verhaalanalyse en beoordeling
Titel: Het Diner
Auteur: Herman Koch
Verschijningsjaar: 2009

Subject
Uitwerking
Inhoud
Twee stellen (Paul & Claire Lohman en Serge & Babette Lohman) gaan samen eten in een restaurant. Ze hebben iets belangrijks te bespreken, want hun zoons hebben een zwerfster (per ongeluk) vermoord in het hokje van een pinautomaat. Het onderzoek naar hun misdaad loopt vast, maar niemand weet voor hoelang. Serge wil zich als beoogde minister-president terugtrekken, maar zijn vrouw ziet dat totaal niet zetten. Uiteindelijk gaan Paul, Claire en hun zoon met geweld alles rechtzetten.
Thema (hoofdonderwerp in abstractie)
Het verhaal gaat over het maken van keuzes. Er wordt een dilemma beschreven waarin ouders terechtkomen als hun kinderen iets verkeerds doen. Andere thema’s zijn liefde en moord.
Motieven (herhalende onderwerpen die gezamenlijk tot het hoofdonderwerp leiden)
-          (Familie)geheimen
-          Zich anders voordoen
Personen
-          Paul Lohman, de ik-persoon en een ex-geschiedenisleraar. Hij is snel geïrriteerd/driftig.
-          Claire Lohman, de vrouw van Paul. Ze houdt veel achter voor haar man, bijv. over hun vijftienjarige zoon Michel.
-          Serge Lohman, de broer van Paul en beoogd                   minister-president. Hij doet zich vaak anders voor dan dat hij echt is, voor zijn publiek.
-          Babette Lohman, vrouw van Serge. Zij heeft een sterk gevoel van eigenbelang.
Historische tijd en ruimte
-          Het is een erg actueel verhaal, dat in onze tijd speelt.
-          Het grootste deel speelt zich af in een restaurant, verder nog een café en thuis bij Paul. Met de flashbacks kom je ook op Michels school en Pauls oude werkplek.
Titelverklaring
Onderschrift
Bijna het gehele verhaal speelt zich af tijdens een diner. Hierin wordt over van alles gesproken en soms ook teruggeblikt.
Verteller (perspectief)
Ik-perspectief
Ik = Paul Lohman
Genre
Een psychologische roman
Spanning
-          In het begin wordt verteld dat Paul iets op Michels mobiel ziet, maar dat vertelt hij niet.
-          De flashbacks zorgen voor veel spanning.
Stijl
Een heel gedetailleerd beschreven verhaal met veel spanning.
Waardering in recensies
De recensenten zijn heel lovend over het boek.
Persoonlijke waardering
Ik vond “Het Diner” een heel bijzonder, mooi en spannend verhaal. Ik geef het een 8.